urenbeperking - Standaard duurbelasting VG Expertise

De toetsing van de door de bedrijfsarts vastgestelde urenbeperking door de verzekeringsarts

Auteur: mr. drs. Laila El Barkani
01 mei 2026

Samenvatting

In dit artikel wordt nagegaan hoe de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid als toetsingsinstrument dient bij het beoordelen van een urenbeperking tijdens de RIV-toets en wat de legitimiteit daarvan is. De conclusie is dat de Standaard niet alleen binnen het UWV-domein – zowel bij de claimbeoordeling als de RIV-toets – cruciaal is voor juridische rechtszekerheid, maar ook een essentiële waarde heeft bij letselschadezaken en andere particuliere verzekeringsgeneeskundige vraagstukken.

1. Inleiding

Bij discussies over de belastbaarheid van een zieke werknemer staat de onderbouwing van een urenbeperking regelmatig centraal. Daarbij rijst vaak de vraag hoe de verzekeringsgeneeskundige beoordeling door de UWV verzekeringsarts zich verhoudt tot het advies van de bedrijfsarts.
De kernvraag in dit artikel is daarom of de UWV-Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid[1] een legitiem toetsingskader vormt bij de verzekeringsgeneeskundige toetsing van een door de bedrijfsarts aangenomen urenbeperking. Voor de beantwoording van deze vraag wordt stilgestaan bij de wettelijke kaders, de rol van de verschillende disciplines en de reikwijdte van de betreffende Standaard.

[1] Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid, laatste versie 8 juli 2015, met aanvullingen van 4 december 2024.

2. De taak van de bedrijfsarts bij ziekteverzuim

Naast een taak in de preventie van verzuim heeft de bedrijfsarts een duidelijke rol wanneer een werknemer door ziekte uitvalt. Daarbij geldt voor zowel de bedrijfsarts als de verzekeringsarts dat beperkingen in de belastbaarheid kunnen en mogen worden aangenomen wanneer deze het gevolg zijn van ziekte en/of gebrek. De taak van de bedrijfsarts bij een zieke werknemer is wettelijk vastgelegd. In artikel 14 lid 1 aanhef juncto artikel 14 lid 1 sub b van de Arbowet is bepaald dat de werkgever zich laat bijstaan door een bedrijfsarts bij “het adviseren bij de begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun arbeid te verrichten, met inbegrip van het adviseren bij de uitvoering van bij of krachtens artikel 25, eerste, tweede, derde, vierde en zevende lid van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (…) gestelde regels”. In de NVAB-Leidraad Bedrijfsgeneeskundige advisering bij individuele begeleiding staat dat de bedrijfsarts de werkgever en werknemer adviseert over de belastbaarheid van de werknemer en diens re-integratiemogelijkheden, conform de vereisten uit de Wet verbetering poortwachter (WVP) en de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar. 

De leidraad beschrijft dat de bedrijfsarts bij het eerste spreekuur een oordeel vormt over de medische toestand van de werknemer, beoordeelt of sprake is van ziekte of gebrek dat leidt tot arbeidsongeschiktheid voor de bedongen arbeid, en vaststelt onder welke rubrieken de beperkingen en mogelijkheden vallen. Ook kan zij aanvullende voorwaarden voor re-integratie aangeven. In vervolgspreekuren beoordeelt zij of de eerdere analyse nog juist is en of er wijzigingen zijn in de arbeidsbelastbaarheid en re-integratiemogelijkheden.”[2]

[2] Leidraad Bedrijfsgeneeskundige advisering bij individuele begeleiding, versie 6 november 2025, p. 5. 

3. Wettelijk kader

Op basis van artikel 7 juncto artikel 6 sub j van de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar is het UWV bevoegd om standaarden vast te stellen met betrekking tot de functionele beperkingen en mogelijkheden van de werknemer. Dit heeft geleid tot de Werkwijzer Poortwachter. Hierin staat dat bij de RIV toets een beoordeling door de verzekeringsarts verplicht is wanneer de bedrijfsarts een medische urenbeperking heeft vastgesteld.[3] Met betrekking tot het beoordelingskader wordt verder in de Werkwijzer beschreven dat de verzekeringsgeneeskundige Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid concrete indicaties geeft voor het aannemen van een urenbeperking.[4]
In deze Standaard worden drie indicaties voor het vaststellen van een urenbeperking gegeven:

  • Stoornis in de energiehuishouding;
  • Preventieve redenen;
  • Verminderde beschikbaarheid.
[3] Werkwijzer Poortwachter, p. 25.
[4] Werkwijzer Poortwachter, p. 34.

4. Jurisprudentie

In de vaste jurisprudentie wordt benadrukt dat de bedrijfsarts een zekere professionele marge heeft.[5] Dit wordt overigens ook in de Werkwijzer Poortwachter duidelijk gesteld. Hierin staat dat de RIV-toets geen claimbeoordeling is en dat de bedrijfsarts een zekere professionele marge heeft.[6] Verder komt in de jurisprudentie de rol en toepassing van de Standaard Duurbelastbaarheid bij de RIV-toets aan bod. In een rechterlijke uitspraak werd door de rechtbank het UWV verweten dat het bij de RIV toets de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid niet, of althans niet juist, had toegepast. Daarbij is de rechtbank specifiek ingegaan op de indicatie verstoorde energiehuishouding en hoe in de Standaard staat dat een pijnsyndroom wegens te groot energieverbruik tot het vaststellen van een urenbeperking kan leiden.[7] In deze uitspraak concludeerde de rechtbank dat de motivering van de verzekeringsartsen van het UWV – dat de bedrijfsarts ten onrechte van een urenbeperking was uitgegaan – daarom niet deugdelijk was. Daarbij stond centraal dat de verzekeringsartsen de door de bedrijfsarts aangenomen urenbeperking bij de RIV toets niet hadden getoetst in lijn met de inhoud van de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid. Hiermee wordt de essentiële rol van de Standaard bij de RIV-toets bevestigd en wordt benadrukt dat deze Standaard de verzekeringsarts objectieve handvatten geeft om te voldoen aan een zorgvuldige en voldoende gemotiveerde toetsing van de door de bedrijfsarts vastgestelde urenbeperking.

[5] Zoals o.a. omschreven in de uitspraak van Centrale Raad van Beroep van d.d. 16-12-2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2717.
[6] Werkwijzer Poortwachter, p. 33.
[7] R.o. 4.3.4 uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant d.d. 11-02-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:415

5. Verdere reikwijdte

De particuliere verzekeringsgeneeskunde kent geen eigen standaard of richtlijn Duurbelastbaarheid. De Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid is daarom niet alleen relevant binnen het UWV toetsings- en beoordelingskader. De Standaard dient ook als essentieel instrument voor de beoordeling van urenbeperkingen in andere verzekeringsgeneeskundige contexten, zoals bij civiele kwesties als wettelijke aansprakelijkheid (letselschade) en particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.
De UWV-standaard is in deze situaties niet rechtstreeks van toepassing, maar vormt wel een algemeen aanvaarde professionele maatstaf op grond waarvan een urenbeperking vastgesteld of getoetst kan worden. Daarbij dienen in geval van een particuliere (arbeidsongeschikhteids)verzekering uiteraard de polisvoorwaarden en de specifieke vraagstelling in acht te worden genomen.
Bij letselschade staat de vergelijking met de situatie vóór het schadeveroorzakende incident centraal, niet alleen ten aanzien van het functioneren in arbeid maar ook ten aanzien van het dagelijks functioneren. Ook dan kan de Standaard als medisch-inhoudelijk kader worden gebruikt om te beoordelen of een urenbeperking geïndiceerd is, gelet op het functioneren niet alleen in arbeid maar ook daarbuiten.

6. Conclusie

De UWV-Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid vormt gelet op de geldende wet- en regelgeving een legitiem toetsingskader van de urenbeperking tijdens de RIV-toets. Deze Standaard stelt de verzekeringsarts in staat om, conform de jurisprudentie, een deugdelijk gemotiveerde toetsing van de urenbeperking uit te voeren.
Ook bij particuliere verzekeringsgeneeskundige beoordelingen is de Standaard een algemeen aanvaard medisch-inhoudelijk toetsingskader bij het beoordelen of een urenbeperking geïndiceerd is.

7. Bronnen

I. Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid, laatste versie 8 juli 2015, met aanvullingen van 4 december 2024.
II. Leidraad Bedrijfsgeneeskundige advisering bij individuele begeleiding, versie 6 november 2025.
III. Arbowet.
IV. Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar.
V. Werkwijzer Poortwachter, UWV, 1 augustus 2022.
VI. Uitspraak van Centrale Raad van Beroep d.d. 16-12-2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2717.
VII. Uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant d.d. 11-02-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:415.

Scroll naar boven